Kinderrechten

Minderjarigheid en gezag

Wettelijke vertegenwoordigers

Kinderen onder de achttien jaar zijn minderjarig: voor de wet zijn zij niet zelfstandig. Zij staan onder gezag, meestal van hun ouders, anders van een voogd. De ouders zijn de wettelijk vertegenwoordigers van hun kind. Zij oefenen de rechten van het kind uit. Daarbij hebben zij ook plichten. Zo moeten zij hun minderjarig kind verzorgen en opvoeden. Zij moeten handelen in het belang van het kind en rekening houden met wat hun kind zelf wil en kan.

Toestemming van de ouders

Een minderjarige heeft voor officiële handelingen toestemming van zijn ouders nodig. Bijvoorbeeld wanneer hij van school wil veranderen. Bij handelingen die voor zijn leeftijd gebruikelijk zijn, mag de toestemming van de ouders worden verondersteld. Zo mag een kind van acht jaar wel zelf een brood kopen, maar geen computer. In de gezondheidszorg gelden uitzonderingen op deze algemene regels. Voor een medische handeling bij een kind vanaf twaalf jaar is behalve de toestemming van de ouders ook die van het kind zelf vereist. Vanaf zestien jaar mogen jongeren zelfstandig over hun medische behandeling beslissen zonder toestemming van hun ouders en ondanks hun minderjarigheid. Gezag Niet alle kinderen leven samen met beide ouders. Wel is het gezag over het kind altijd geregeld. Dat is toegewezen aan één of beide ouders. De rechter kan ook een voogd benoemen. De ouder die alleen het gezag heeft, is verplicht met de andere ouder te overleggen over belangrijke gebeurtenissen van het kind. Dat geldt ook voor een ingrijpende medische behandeling. In alle gevallen kan de ouder die het gezag niet heeft, informatie krijgen over zijn kind. Ook over een medische behandeling. Wanneer ouders niet goed voor hun kind zorgen kan een maatregel van de kinderbescherming worden opgelegd. De rechter kan het gezag beperken of ontnemen. Hij belast dan een ander met het gezag. Voor het gemak spreken we verder over ‘de ouders’. Bedoeld worden degenen die het gezag over een minderjarig kind hebben.

Kinderen tot 12 jaar

Kinderen tot twaalf jaar mogen niet zelf beslissen. Dat doen hun ouders voor hen. Tot twaalf jaar is het kind in de gezondheidszorg dus afhankelijk van de ouders en de hulpverleners. Toch begrijpen jonge kinderen vaak goed wat er met hen gebeurt. Een behandeling kan voor een kind heel ingrijpend zijn. Daarom moeten de ouders en de hulpverlener het kind daarbij zoveel mogelijk betrekken.

Het recht op informatie

Zowel het kind als de ouders hebben recht op informatie. Het kind krijgt een duidelijke uitleg, op een voor hem begrijpelijke manier. Dan weet hij wat er gaat gebeuren en kan hij beter meewerken aan een behandeling. De ouders krijgen volledige informatie. Op basis daarvan kunnen zij beslissen over de behandeling van het kind.

Toestemming voor de behandeling

De ouders moeten toestemming geven voor onderzoek en behandeling van hun kind. Zij zullen de mening van hun kind bij hun besluit betrekken. Ook de hulpverlener wil weten wat het kind zelf zegt. Bij uitzondering mag de hulpverlener de mening van het kind volgen, als ook hij dat het beste vindt. Wanneer de hulpverlener meent dat het besluit van de ouders tegen het belang van het kind ingaat, hoeft hij dat niet uit te voeren. Hij zal de ouders dan op andere gedachten proberen te brengen. In acute situaties mag de hulpverlener handelen zonder toestemming van de ouders. Dat wil zeggen dat hij direct moet ingrijpen om nadelige gevolgen voor het kind te voorkomen.

Toestemming weigeren

De ouders kunnen een bepaalde medische behandeling weigeren, bijvoorbeeld een bloedtransfusie. Soms komt een kind door een weigering van de ouders in gevaar. De hulpverlener mag dan niet zelf besluiten toch te behandelen. In zo’n geval kan de hulpverlener een maatregel van kinderbescherming aanvragen, waardoor de ouders tijdelijk beperkt worden in het ouderlijk gezag. Het kind mag niet zelf een behandeling weigeren die de ouders en de hulpverlener noodzakelijk vinden. Voorbeeld: Bij de achtjarige Daan moet bloed afgenomen worden. Hij is erg bang voor de prik en moet huilen. ‘Ik wil het niet, ik ga weg!’ roept hij boos. De verpleegkundige en zijn vader kalmeren hem. Daarna verloopt het bloed afnemen zonder problemen. Alleen bij uitzondering zal de hulpverlener een weigering van een kind volgen. Hij kan dat doen, als hij ervan overtuigd is dat het kind voor zichzelf kan beslissen. Bijvoorbeeld wanneer een kind al langere tijd ernstig ziek is. Een kind kan dan vaak goed overzien hoe belastend een bepaalde behandeling voor hem kan zijn.

Aanwezigheid bij de behandeling

De ouders behartigen de belangen van hun kind. Zij hebben het recht om bij de behandeling van hun kind aanwezig te zijn. In veel gevallen zal dat het kind geruststellen. Zij zijn niet verplicht erbij te zijn. Voorbeeld: De elfjarige Monica heeft een beugel. Zij moet regelmatig naar de tandarts voor controle. Tegenwoordig gaat zij alleen of met een vriendin naar de tandarts.

Inzage in het medisch dossier

De ouders hebben recht op inzage in het medisch dossier van hun kind. Zij kunnen ook een kopie krijgen van het dossier of van een gedeelte daarvan. Inzage zal meestal samen met de hulpverlener plaatsvinden. Deze kan meteen uitleg geven. Wanneer inzage niet in het belang van het kind is, mag de hulpverlener die weigeren. De ouders kunnen dan niet nakijken wat er met hun kind gebeurt. Zij kunnen hierover een klacht indienen. De hulpverlener mag kinderen onder twaalf jaar niet zelf inzage verlenen. Wel kunnen de ouders het dossier aan hun kind laten lezen.

Kinderen van 12 tot 16 jaar

Kinderen in de leeftijd van twaalf tot zestien jaar weten heel goed wat zij willen. Als het gaat om een medische behandeling wordt hun mening serieus genomen. Het gaat immers om beslissingen over hun eigen lichaam. Daarom kunnen zij alleen worden behandeld, als zij daar zelf ook toestemming voor geven.

Het recht op informatie

Zowel het kind zelf als de ouders hebben recht op volledige informatie. De hulpverlener moet de informatie zo geven dat het kind het kan begrijpen.

Toestemming voor behandeling

Zowel het kind als de ouders moeten toestemming geven voor een behandeling. Als één van hen die toestemming weigert, mag in beginsel de behandeling niet plaatsvinden. De hulpverlener zal altijd proberen om allen op één lijn te krijgen. In acute situaties waarin niet behandelen gevaarlijk is voor het kind, mag de hulpverlener wel zonder toestemming van ouders en kind behandelen.

Het kind wil wel, de ouders niet

Wanneer een kind een bepaalde behandeling wil maar de ouders zijn het er niet mee eens, dan kan die behandeling in principe niet doorgaan. De toestemming van de ouders ontbreekt. Wellicht wil het kind de behandeling per se doorzetten. De hulpverlener kan dan besluiten om toch de wens van het kind te volgen. Hij zal zich afvragen, in hoeverre hij de behandeling direct moet uitvoeren. Mogelijk kan hij die zonder schade uitstellen, totdat het kind zelfstandig mag beslissen en niet meer de toestemming van de ouders nodig heeft. Voorbeeld: Janneke van veertien heeft een grote moedervlek op haar rug. Op de televisie ziet zij dat zo’n moedervlek verwijderd kan worden. Dat wil zij ook. Haar ouders vinden het onzin. Zij vinden dat zij zichzelf moet accepteren zoals zij is. De huisarts zal met Janneke en met de ouders overleggen. Hij zal aan Janneke vragen te wachten tot na haar zestiende verjaardag. Als een behandeling plaatsvindt waarvoor de ouders geen toestemming hebben gegeven, dan moeten zij wel betalen. Ouders hebben altijd de verplichting de kosten van verzorging en opvoeding van hun kind te dragen.

Het kind wil wel maar de ouders mogen het niet weten

Als het kind niet wil dat zijn ouders worden geïnformeerd, kunnen de ouders ook niet hun toestemming geven voor de behandeling. Dan moet de hulpverlener besluiten of hij zal behandelen. Hij zal hem eerst proberen te overtuigen om zijn ouders er toch bij te betrekken. Wil het kind dat echt niet, dan moet de hulpverlener inschatten hoe goed het voor zichzelf kan beslissen. Vertrouwt hij het kind daarin, dan zal hij het behandelen zonder de ouders te informeren. Voorbeeld: Brenda van vijftien wil de pil. Zij wil absoluut niet dat haar ouders te weten komen dat zij de pil gaat slikken. Dat durft zij niet te vertellen. De arts vindt haar oud en wijs genoeg om daarover zelfstandig te beslissen. Hij schrijft haar de pil voor zonder haar ouders in te lichten. Als de ouders niet mogen worden geïnformeerd, kunnen zij ook geen rekening krijgen. Het kind moet de betaling dan zelf regelen, bijvoorbeeld via de zorgverzekering. Niet altijd is dit mogelijk. Dan zal het kind de behandeling zelf moeten betalen of met de arts een afbetaling regelen.

Het kind wil niet, de ouders wel

Wanneer een kind een behandeling niet wil, kan niemand die afdwingen. Het maakt niet uit of de ouders de behandeling wel wensen. De hulpverlener mag niet behandelen. Hij moet er wel van overtuigd zijn dat het kind de gevolgen van zijn beslissing kan overzien. Wanneer de behandeling noodzakelijk is, zal de hulpverlener met het kind overleggen. Hij zal naar een mogelijkheid zoeken die het kind wel accepteert.

Aanwezigheid bij behandeling

De ouders mogen bij de behandeling van hun kinderen in de leeftijd tussen twaalf en zestien jaar aanwezig zijn. Misschien vindt een kind dat niet prettig of voelt een hulpverlener aan dat het kind dat niet prettig zal vinden. Het kind kan vragen of de ouders weggaan of de hulpverlener kan het kind apart nemen.

Inzage in het medisch dossier

Zowel de ouders als het kind kunnen inzage krijgen in het medisch dossier. Het kind kan bezwaar maken tegen inzage door de ouders. Wanneer de hulpverlener het kind in staat acht daarover te beslissen, zal hij de ouders geen inzage verlenen. Het kind kan ook alleen om inzage in zijn dossier vragen. Ook dat zal de hulpverlener toestaan, als hij het kind verstandig genoeg vindt. Daarbij zal de leeftijd meespelen. Hij zal het eerder aan een jongere van bijna zestien jaar dan aan een twaalfjarige toestaan.

Geheimhouding

Omdat zowel ouders als het kind hun toestemming moeten geven voor een behandeling, zijn zij beiden op de hoogte van de situatie van het kind. Een kind kan de hulpverlener verzoeken zijn ouders niet in te lichten. Wanneer de hulpverlener het kind in staat acht daarover te beslissen en zijn beslissing weloverwogen te kunnen overzien zal hij dit verzoek respecteren.

Jongeren vanaf 16 jaar

Vanaf zestien jaar mogen jongeren zelf beslissingen nemen over hun medische behandeling. Zij hebben dezelfde patiëntrechten als volwassenen.

Het recht op informatie

Een jongere heeft recht op volledige informatie. De ouders krijgen die informatie niet meer. Tenzij de jongere daar uitdrukkelijk toestemming voor geeft. Toestemming voor de behandeling Een jongere geeft zelf toestemming voor een behandeling. Toestemming van de ouders is niet meer nodig. Dus ook als de ouders het er niet mee eens zijn, kan de jongere behandeld worden. In acute situaties mag de hulpverlener behandelen zonder dat de jongere zijn toestemming heeft gegeven. Een jongere mag een bepaalde behandeling weigeren. Zelfs als die medisch gezien noodzakelijk is en de ouders en hulpverlener die wel verstandig vinden. De hulpverlener dient de mening van de jongere te respecteren.

Aanwezigheid bij de behandeling

De ouders mogen niet meer standaard bij de behandeling van hun kind zijn. Zij kunnen dat ook niet afdwingen. Als een jongere het op prijs stelt, mogen ze er uiteraard wel bij zijn. Inzage in het medisch dossier Een jongere kan zelf inzage in zijn medisch dossier vragen. Hij heeft daarvoor geen toestemming van zijn ouders nodig. Hij kan ook een kopie van het dossier of een gedeelte daarvan krijgen. De ouders hebben geen recht dit dossier in te zien, tenzij hun kind met inzage door zijn ouders instemt.

Vrije keuze hulpverlener

Een jongere kan zelf bepalen naar welke hulpverlener hij gaat. Hij is wel aan een aantal praktische beperkingen gebonden. Zo moet de zorgverzekering de kosten vergoeden en moet er plaats zijn in de praktijk van de hulpverlener.

Financiën

Een jongere maakt zelf afspraken met een hulpverlener over een medische behandeling. Dat maakt hem ook verantwoordelijk voor de financiële gevolgen van die afspraken. Vaak is dat geen probleem omdat de zorgverzekering de kosten dekt. Afhankelijk van de polis van de ouder met wie hij tot zijn 18e is meeverzekerd kan een eigen bijdrage verschuldigd zijn of zijn niet alle behandelingen verzekerd. Dan spreekt de zorgverzekeraar in eerste instantie de jongere zelf aan. Kan die niet betalen, dan zijn de ouders verplicht de rekening te voldoen. Hun verplichting om de kosten van verzorging en opvoeding te betalen blijft namelijk bestaan totdat hun kind achttien jaar is.

Klachten over de zorg

Ook in de gezondheidszorg gaat wel eens iets mis. De ouders of het kind kunnen menen verkeerd of onzorgvuldig behandeld te zijn. Of zij vinden het onterecht dat de zorginstelling niet aan hun wensen tegemoet komt. Het is het beste om dit eerst met de hulpverlener te bespreken. Misschien is er sprake van een misverstand. Soms lukt het niet om met de hulpverlener tot een oplossing te komen. In veel zorginstellingen is iemand aangewezen om dan te bemiddelen. Wanneer deze bemiddelaar het probleem niet naar tevredenheid kan oplossen, kunnen de ouders of het kind een klacht indienen. Een klachtencommissie onderzoekt de klacht en doet daarover een uitspraak. Deze commissie kan daarbij aanbevelingen doen, bijvoorbeeld over verbeteringen in de zorg. Is het kind nog klein, dan kunnen de ouders namens hem een klacht indienen. Is het kind 12 jaar of ouder, dan zullen de ouders hem bij de procedure betrekken. Hij kan bijvoorbeeld mee gaan praten of een brief mede-ondertekenen. Als de jongere 16 jaar of ouder is, kan hij zelfstandig een klacht indienen bij de klachtencommissie. Tenslotte Bij de besluitvorming over de behandeling van een kind zijn meerdere personen betrokken. De ouders, de hulpverlener en het kind zelf. Dat kan ingewikkeld zijn als niet iedereen het met elkaar eens is. Het is dan belangrijk om er in goed overleg uit te komen. In de WGBO staan daarvoor regels. Deze wet gaat uit van vaste leeftijdsgrenzen. Toch zijn deze betrekkelijk. Een kind van tien bijvoorbeeld kan door levenservaring veel wijzer zijn dan een kind van veertien. Daarom wordt altijd rekening gehouden met de mening van het kind. Zijn belang staat voorop.

Belangrijke adressen

www.kinderombudsman www.kindertelefoon.nl www.clientenrechten.nl